Terwijl de wereld in het voorjaar van 2020 tot stilstand kwam, gleed Ed O’Brien langzaam weg in de diepste depressie die hij ooit had gekend. Het werd een periode van verlammende stilte, een midlifecrisis waarin vijftig jaar aan opgestapeld emotioneel trauma hevig oplaaide. Vluchten? ‘Dat was zelfs geen optie meer. Ik moest in het vuur blijven zitten. En stilletjes wachten of ik erdoor verteerd zou worden.’
In alle eenzaamheid begon hij de verkoolde fragmenten van zijn ziel te catalogeren. Het resultaat is ‘Blue Morpho’, een wonderlijk rustgevende plaat, een muzikale landkaart van zijn genezingsproces. Eerder bracht hij al ‘Earth’ uit, onder de naam EOB, maar niet alleen treedt hij nu voor het eerst naar buiten onder zijn volledige naam, ‘Blue Morpho’ leunt ook minder dan die voorganger op de erfenis van Radiohead. Deze vlinder slaat zijn vleugels uit.
De blue morpho – voor de lepidopterist in u: de Morpho menelaus 1397059140 is namelijk een vlinder die O’Brien ooit in Brazilië had gezien, een soort met blauwe vleugels maar die kleur verandert voortdurend, naargelang van de kijkhoek en de lichtinval. De plaat symboliseert voor O’Brien eenzelfde voortdurende gedaanteverwisseling. De gedaante die hij aanneemt bij ons gesprek? Die van een blij en verwonderd kind: ‘Ah, België!’ klinkt het gelijk verrukt aan gene zijde van de zoom.
HUMO Ik weet dat Radiohead-bassist Colin Greenwood regelmatig in Antwerpen vertoeft. Heb jij ook zo’n speciale band met ons land?
ED O’BRIEN «Absoluut. Alleen al de mode. Belgians are the best in fashion. Neem nu Dries Van Noten: feilloos gevoel voor smaak. En dat vind ik overal in de Belgische cultuur terug, een soort ingetogen gevoel voor esthetiek.
»Wat ook meespeelt: mijn roots liggen deels in België. Ik herinner me nog levendig hoe ik de familietak van oma in de jaren 80 in Brussel en Middelkerke bezocht. Die plekken zitten glashelder in mijn geheugen. Middelkerke oogt misschien een tikkeltje treurig in de winter, maar voor mij heeft die hele Belgische kustlijn iets melancholisch moois. Heeft Marvin Gaye ook niet een tijdje in Middelkerke gewoond?»
‘Deze plaat komt rechtstreeks voort uit een gitzwarte periode: ik was mezelf volledig kwijtgeraakt’
HUMO Bijna goed: Oostende, vlak naast Middelkerke. Dank je deze ingetogen plaat aan onze melancholieke kustlijn?
O’BRIEN «Bijna goed (lacht). De hele plaat is gebouwd op een fundament van 432 hertz, in plaats van de standaard 440 hertz. Voor mij is die frequentie heilig. Als je muziek op die manier opneemt en afspeelt, ontstaat er een harmonie die direct communiceert met je lichaam. Mensen vertellen me dat ze zich ‘verdacht kalm’ voelen tijdens het luisteren. Dat is de bedoeling.»
HUMO Héél wetenschappelijk schijnt die hertz-theorie nochtans niet te zijn.
O’BRIEN «Het klinkt ook te mooi om waar te zijn, hè. Maar Shabaka Hutchings, James Blake en Ziggy Marley denken er net zo over. Dit is waar fysica en spiritualiteit elkaar ontmoeten. Het zeneffect van 432 Hz helpt de ziel om te landen.»
HUMO Klinkt alsof enige autotherapie je niet vreemd is?
O’BRIEN «Deze plaat komt rechtstreeks voort uit wat ik mijn ‘dark night of the soul’ noem, een gitzwarte periode waarin ik mezelf volledig kwijt ben geraakt. Ik moest mezelf afvragen: wie ben ik eigenlijk? Ben ik een artiest? En wil ik dit nog wel? Het werd een proces van loslaten. Ik moest oude ballast overboord gooien, trauma’s verwerken en mijn diepe angsten uit mijn jeugd recht in de ogen staren. Wil je de duisternis snappen, dan moet je het zwartste zwart opzoeken. Uiteindelijk kwam er een heel simpele echo uit die duisternis: mijn enige taak op deze planeet is mooie dingen de wereld in te sturen.»
HUMO Kon je daarvoor niet terecht bij Radiohead?
O’BRIEN (aarzelt) «Hoe leg ik dat uit? Radiohead komt uit een plek van schoonheid, maar elke plaat is telkens weer een enorme uitdaging, een brute confrontatie. De opnamesessies voor ‘A Moon Shaped Pool’ uit 2016 zijn te zwaar voor mij geweest. In deze fase van mijn leven voel ik de behoefte om juist de pure schoonheid van het bestaan te vieren. Als ik nu, hier in Wales, uit mijn raam naar de rododendrons en de bomen staar, besef ik hoe miraculeus de natuur is. We hebben onszelf afgesneden van de planeet terwijl we er onlosmakelijk mee verbonden zijn. Mijn muziek moet een reflectie zijn van die verbinding met Gaea, de levende aarde.»
HUMO Neem ik er alvast mijn meditatiematje bij?
O’BRIEN «I’m a mongrel meditator, ik doe aan bastaardmeditatie.»
HUMO Je bent me even kwijt, vrees ik.
O’BRIEN «Ik mediteer inmiddels al twintig jaar, maar zonder strikte discipline. Ik doe het op mijn manier, in mijn bastaardvorm. Meditatie is volgens mij het belangrijkste wat je als mens kunt doen om de onvermijdelijke tegenslagen van het leven op te vangen. Het brengt je geest tot stilstand. Pas wanneer de storm in je hoofd weer is gaan liggen, krijgt je geest de ruimte om binnen te komen. We zijn spirituele wezens in een fysiek lichaam.»
‘In de jaren 90 was het met Radiohead een regelrecht zootje in de studio’
HUMO Met permissie: dat klinkt verrassend zweverig voor een nuchtere Engelsman uit Oxford.
O’BRIEN (lacht) «O, maar dat is het vast ook. Alleen: voor mij is het een absolute realiteit geworden. Het heeft voor de dood van het ego gezorgd.»
HUMO Nooit vermoed dat jij een dergelijk ego had dat spirituele doodslag zich opdrong.
O’BRIEN «Bij ego denk je meteen aan iemand die vol is van zichzelf, maar het ego is gewoon de manier waarop je jezelf definieert om controle te houden over de wereld. Die dark night of the soul is het moment waarop dat personage sterft. Je realiseert je dat je helemaal geen controle hebt. En dat is... (twijfelt)»
HUMO Angstaanjagend?
O’BRIEN «Heel even. Maar het wordt een prachtige vaststelling als je beseft dat je geen regisseur bent. Je bent een kanaal. De muziek stroomt door je heen, je ‘doet’ het niet meer zelf. Die realisatie kwam bij mij pas rond mijn 52ste, maar het voelt als een enorme bevrijding.»
VIJF LEDEMATEN
HUMO Je werkte op ‘Blue Morpho’ met producer Paul Epworth, bekend als popleverancier van Adele. Verrassende keuze.
O’BRIEN «O, maar zijn muzikale woordenschat is zoveel groter. Voor hij pophits maakte voor de sterren, zat hij bijvoorbeeld diep in de hardcorescene. Die kerel weet meer van Fugazi en Sonic Youth dan ik! Hij kan putten uit een enorme bron van kennis en emotie, wat hem een magische producer maakt. De sacrale kant van de studio begrijpt hij als geen ander. We hebben een soul connection.»
HUMO Duik je eigenlijk nog graag de studio in? Met Radiohead gingen jullie tijdens heel wat opnamesessies net niet kopje-onder. Ik zou zo’n plek mijden als de pest.
O’BRIEN (glimlacht) «Interessante vraag. In de jaren 90 was het met Radiohead een regelrecht zootje in de studio. Ik denk nu meteen aan ‘OK Computer’: toen waren we de zenuwinzinking nabij. Dat we zo’n schitterende plaat uit die mentale puinhoop hebben kunnen sleuren, verbaast me nog steeds. Maar ik ben een andere mens dan in 1997. Je kunt op een ander punt in je leven iets heel nieuws uit eenzelfde ruimte halen, en iets anders uit pijn.»
HUMO Hoe ga je nu om met pijn?
O’BRIEN «We rennen ons hele leven weg voor alles wat pijn doet, maar soms moet je er simpelweg bij gaan zitten. In de duisternis hurken tot je ogen gewend raken aan het donker. Dat is alleszins wat ik heb proberen te vangen in deze nieuwe nummers. Het is als Ariadne in het labyrint: je volgt een flinterdunne draad heel langzaam naar buiten. En als je stopt met tegen de pijn te vechten muteert ze. Angst wordt dan acceptatie. Dat is waar echte genezing begint. Je wordt weer heel.»
HUMO Was angst dan een rode draad bij Radiohead?
O’BRIEN «Voor mij? Zonder twijfel. Maar Radiohead was niet de reden voor die angst. Onze generatie is opgevoed met angst als motivator. Dat was de drijvende kracht op school – waar Radiohead is begonnen –, bij je ouders, in de maatschappij: alles was gebaseerd op de vrees voor alle gevolgen die je daden of gedachten konden hebben. Radiohead nam dat willens nillens mee.
»Als je jong bent, wérkt angst ook: hij jaagt je aan om er keihard voor te gaan. Maar op een gegeven moment is die brandstof op, en dan wordt het onhoudbaar. Als je die patronen niet doorbreekt, word je er fysiek ziek van. Je lichaam zegt simpelweg: genoeg.»
HUMO Je sprak net over school. Gaat het nummer ‘Teachers’ daarover? Ik dacht eigenlijk dat het ging…
O’BRIEN (grijnst) «Over geestverruimende drugs? Toch wel, ja. Dat gaat over mijn ervaringen met psilocybine, magic mush-rooms. Ik ga elk jaar met vrienden naar de bossen van Dartmoor. We kamperen, zitten rond een vuur en gebruiken plantaardige medicijnen als een vorm van therapie. Het is een diepgaande, helende ervaring. Je ziet de wereld buiten de kaders van je eigen hoofd. De ‘leraars’ in het lied zijn de paddenstoelen. Ik vind het geweldig dat de wetenschap dat nu eindelijk serieus neemt als medicijn tegen trauma en depressie. Voor mij is het alleszins een essentieel onderdeel van mijn groei geweest.»
HUMO Hoe diep heb je moeten graven om te groeien?
O’BRIEN «Alles is begonnen in mijn kindertijd. De scheiding van mijn ouders heeft er toen stevig ingehakt bij mij – ik wil daar liever niet te diep op ingaan. Maar ik las Gabor Matés boek ‘When the Body Says No – The Cost of Hidden Stress’ toen ik het diepst zat. Dat heeft me de ogen geopend. Als kind ontwikkel je overlevingsmechanismen die je later aanziet voor je karakter, maar het zijn slechts patronen. Je zit in overlevingsmodus in plaats van liefdesmodus. Dat inzien was pijnlijk. Maar het vaderschap heeft me enorm geholpen. Mijn kinderen Salvador en Oona zijn mijn grootste spiegels geweest. In hen zag ik mijn jongere zelf.»
HUMO Heeft het vaderschap ook je band met muziek veranderd?
O’BRIEN «Totaal. Toen Salvador in 2004 werd geboren, was Radiohead ineens niet langer het middelpunt van mijn universum. Ik wilde er zijn voor mijn gezin. Ik wilde mijn kinderen een magische jeugd geven, met avonturen en reizen. Daarom heb ik zo lang gewacht met solowerk. Nu Salvador en Oona 22 en 20 zijn (die laatste is actrice en speelt Devon in ‘Cobra Kai’, red.), hebben ze me minder nodig. Nu heb ik de ruimte om weer vol in de muziek te duiken. Ik heb waarschijnlijk meer van hen geleerd dan zij van mij.»
HUMO Waarom heb je je eerste plaat uitgebracht onder de naam EOB?
O’BRIEN «EOB was een schuilnaam. Néé, een schuilplaats. Ik dacht dat het cooler klonk, maar ik was mezelf gewoon aan het verstoppen. Ik ben klaar met verstoppertje spelen. Dit is wie ik ben, punt. Ed O’Brien klinkt misschien gewoontjes, maar ik wil me niet meer verschuilen. Je vindt me goed of je vindt er helemaal niks aan, en beide zijn prima.»
HUMO Twee jaar geleden heb je opnieuw de wapens opgenomen met Radiohead. Hoe was het om weer met z’n allen in dezelfde ruimte te staan?
O’BRIEN «We hadden vier dagen geboekt in een studio om te kijken of de vonk er nog was. We zijn vlak voor de middag begonnen met songs uit ‘The Bends’. En het was er direct, dat magische gevoel, vanaf de allereerste noot. We zijn als een organisme met vijf ledematen die je kunt losrukken maar ze hechten zich toch weer aan die grotere entiteit. En hoe verschillend we ook mogen zijn, wanneer we onze instrumenten vastpakken, klikt het op een manier die ik nergens anders vind. Ik weet nog dat ik vorig jaar op het podium stond en keek naar Thom die piano speelde in ‘Pyramid Song’, of de unieke soul in het drumwerk van Philip hoorde. Op zulke momenten besef ik pas echt hoe bijzonder die chemie is.»
HUMO Besefte je dat de afgelopen decennia niet?
O’BRIEN «Ik had alleszins een pauze nodig om dat weer te kunnen zien. Ik voelde me best goed binnen Radiohead – anders houd je het ook niet zo lang vol – maar er speelde zoveel bullshit mee. Vooral in de periferie van de band: de druk om telkens nóg beter te presteren, nóg meer grenzen te verleggen en vooral nóg meer te verkopen. En zo werkt het niet als artiest. Je weet nooit meteen of je iets goed doet, hooguit of je jezelf er goed bij voelt. Dat had ik bijvoorbeeld na ‘The Bends’, ‘OK Computer’, ‘Kid A’ en ‘In Rainbows’: ik twijfelde aan alles, aan mezelf, maar ik wist wel van meet af aan dat die platen me altijd na aan het hart zouden blijven liggen. Dat heb ik nu ook bij ‘Blue Morpho’. En dit keer zonder de angst dat ik er een miljoen exemplaren van moet verkopen.»